ECLI:NL:CRVB:2015:579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door dringende reden ontslag
Appellant was werkzaam als leerling autoschadehersteller en werd op 27 februari 2013 op staande voet ontslagen wegens werkweigering en het niet opvolgen van redelijke instructies. De werkgever stelde dat appellant niet was verschenen voor een gesprek ondanks een officiële waarschuwing en sommatie.
Appellant betwistte dit en stelde dat hij ziek was en zich had ziek gemeld, maar dit kon niet worden bewezen. Getuigen bevestigden zijn ziekte, maar appellant had geen tijdig geldige ziekmelding gedaan en gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn ziekteverloop en het niet verschijnen op 27 februari.
De arbo-arts constateerde op 28 februari 2013 dat appellant niet ziek was. De Raad oordeelde dat er sprake was van een objectieve dringende reden voor ontslag en dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. Daarom werd de WW-uitkering terecht geweigerd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid door dringende reden ontslag.