ECLI:NL:CRVB:2015:621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2005 bijstand op grond van de WWB. Na een melding in 2011 over twee niet-gekende bankrekeningen is een onderzoek gestart. Het college verzocht om bankafschriften over 2009 en 2010, die appellante niet volledig verstrekte. Het college schortte de bijstand op en trok deze later met terugwerkende kracht in, met terugvordering van de kosten.
Appellante voerde aan dat het tegoed op de rekeningen niet tot haar vermogen behoorde omdat het geld bestemd was voor een buitenlandse vriend, maar deze stelling werd verworpen. Ook haar argument dat zij geen toegang had tot de rekeningen faalde, gezien het gebruik van bankpassen en transacties.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. De termijn voor het aanleveren van bankafschriften was redelijk en appellante kon het niet tijdig aanleveren niet rechtvaardigen.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank Limburg wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.