ECLI:NL:CRVB:2012:BY0331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven bankrekening
Appellante ontving bijstand van juli 2000 tot september 2007. Naar aanleiding van een vermogenssignaal bleek dat zij beschikte over een ING-bankrekening met aanzienlijke saldi in 2004 en 2005, die zij niet had opgegeven. Het college verzocht herhaald om bankafschriften, waarop appellante niet reageerde, waarna de bijstand werd ingetrokken per 3 september 2007.
Na een onderzoek door de sociale recherche en op basis van een rapport werd bij besluit van 17 februari 2009 de bijstand ingetrokken over 2004-2006 en de bijstandskosten teruggevorderd tot €15.114,54 wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellante maakte bezwaar en overhandigde alsnog bankafschriften en verklaringen dat het tegoed toebehoorde aan haar overleden tante in Kongo.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de rekening niet haar vermogen betrof. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de rekening diende als beheer voor de tante, maar de Raad oordeelde dat het feitelijk gebruik door appellante van de rekening en het ontbreken van objectieve bewijs dit niet aannemelijk maakten.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de intrekking en terugvordering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand blijven gehandhaafd.