ECLI:NL:CRVB:2015:633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toelating maatschappelijke opvang wegens ontbreken dakloosheid
Appellante, afkomstig uit Kosovo en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht het college om toelating tot maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na eerdere aanvragen en besluiten oordeelde het college dat er geen noodzaak was voor toelating omdat appellante niet dakloos was en ook geen concrete dreiging van dakloosheid bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat zij de aanvraag als herhaald beschouwde en geen nieuwe feiten of omstandigheden zag. Appellante stelde in hoger beroep dat het om een nieuwe aanvraag ging, niet om een herhaalde aanvraag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanvraag een nieuw beoordelingsmoment gaf en dat het college terecht kon besluiten dat geen noodzaak tot toelating bestond, omdat gedurende de relevante periode geen dakloosheid of dreiging daarvan was gebleken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag tot toelating tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens ontbreken van dakloosheid of dreiging daarvan.