ECLI:NL:CRVB:2015:642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering na vertrek naar buitenland en proceskostenveroordeling
Appellant ontving sinds 2006 bijstand en vertrok op 25 augustus 2012 naar Oman voor werk. Het college trok de bijstand in per die datum vanwege het ontbreken van hoofdverblijf in de gemeente. De rechtbank vernietigde het besluit deels, oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht niet had geschonden, maar liet de terugvordering van kosten in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat de intrekking pas per 1 september 2012, de daadwerkelijke aanvang van het werk, had mogen plaatsvinden en dat hij zijn hoofdverblijf niet had verplaatst. De Raad oordeelde dat het centrum van het maatschappelijk leven van appellant sinds 25 augustus 2012 in Oman was, waardoor het recht op bijstand verviel.
De Raad bevestigde het collegebesluit tot intrekking en terugvordering, wees het verzoek tot schadevergoeding af, maar vernietigde het deel van de uitspraak waarin de rechtbank het college niet in de proceskosten veroordeelde. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten in zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 25 augustus 2012 wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.