ECLI:NL:CRVB:2015:74
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending medewerkingsplicht bij huisbezoek
Appellante verhuisde met haar kinderen naar een nieuwe gemeente en vroeg daar bijstand aan. Tijdens het aanvraagproces weigerde zij mee te werken aan een huisbezoek, wat onderdeel was van de controle op haar situatie. Het college besloot daarom de aanvraag niet in behandeling te nemen. Nadat appellante alsnog toestemming gaf voor het huisbezoek, werd bijstand toegekend vanaf de datum van het huisbezoek.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door nalatigheid tussen gemeenten drie maanden zonder uitkering zat en dat zij als alleenstaande moeder met vier kinderen niet zonder geld kon. De Raad oordeelde dat de eigen verantwoordelijkheid van appellante gold om zich tijdig te melden en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een recht op bijstand voorafgaand aan de aanvraagdatum rechtvaardigden.
De Raad stelde vast dat het huisbezoek een redelijke grond had, omdat er tegenstrijdige gegevens waren over haar woonsituatie en haar echtgenoot. Appellante weigerde het huisbezoek zonder geldige reden en was hierover geïnformeerd over de consequenties. Haar beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht afgewezen vanwege weigering medewerking huisbezoek.