ECLI:NL:CRVB:2015:777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor lichte functie snackbereider
Appellante was uitgevallen wegens psychische en lichamelijke klachten en ontving een WIA-uitkering die werd beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor drie functies, waaronder snackbereider. Na beëindiging van haar WIA-uitkering en een daaropvolgende Ziektewetuitkering, werd deze laatste ook beëindigd op grond van een verzekeringsartsrapport.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan met medische informatie over haar klachten, waaronder rug- en bekkenklachten en pijnklachten, maar de rechtbank en de Raad concludeerden dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig en volledig onderzoek hadden gedaan en dat de beperkingen van appellante niet onjuist waren ingeschat.
De functie snackbereider werd als lichte arbeid beoordeeld, waarbij slechts incidenteel lichte tillast aanwezig is. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante geschikt is voor deze functie en bevestigt dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering rechtmatig is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor de functie snackbereider en dat haar Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.