Uitspraak
5 april 2013, 12/4684 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
.
stuk - niet achterwege blijven.
niet-ontvankelijk diende te worden verklaard.
BESLISSING
J.R. van Ravenstein als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Spanje, had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin een teveel betaalde WAZ-uitkering werd teruggevorderd. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn van zes weken was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep stelde appellante dat de beroepstermijn pas moest aanvang nemen vanaf het moment dat zij het besluit had ontvangen, omdat zij in het buitenland woont en het besluit pas drie weken na verzending ontving. Tevens voerde zij aan dat het UWV het besluit ook per e-mail had kunnen sturen. De Raad oordeelde dat de beroepstermijn ook voor in het buitenland verblijvende belanghebbenden geldt en dat het besluit op de juiste datum was bekendgemaakt.
De Raad vond geen bewijs dat appellante het besluit later had ontvangen en oordeelde dat de enkele omstandigheid van verblijf in het buitenland onvoldoende is om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Ook was niet voldaan aan de voorwaarden voor elektronische verzending. De gestelde slechte gezondheid en mobiliteit van appellante waren onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.