Uitspraak
Uitspraak van 12 maart 2024
[X]te [Z] , belanghebbende, tegen de onder 1.1 vermelde uitspraak.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende was het niet eens met de uitspraak van de Rechtbank Den Haag die zijn beroep tegen een voor het jaar 2019 opgelegde verzuimboete ongegrond verklaarde. Hij stelde hoger beroep in, maar het hogerberoepschrift werd één dag te laat ingediend. Het Hof oordeelde dat de uitspraak van de Rechtbank op juiste wijze op 3 maart 2023 per aangetekende brief was verzonden, waarmee de termijn voor hoger beroep op 4 maart 2023 begon en op 14 april 2023 eindigde.
Belanghebbende voerde aan dat hij de uitspraak pas rond 10 maart 2023 ontving en dat hij niet vooraf de gelegenheid had gekregen om de termijnoverschrijding toe te lichten. Het Hof stelde vast dat de verzending en ontvangst van de uitspraak voldoende waren onderbouwd met stempels, een aanbiedingsbrief en PostNL Track & Trace-gegevens. De termijnoverschrijding was daarom niet verschoonbaar, mede omdat belanghebbende een professionele rechtsbijstandsverlener is.
Het Hof wees het verzet af en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Tevens oordeelde het Hof dat het niet verplicht is om voorafgaand aan de uitspraak de belanghebbende te horen over de termijnoverschrijding. De uitspraak van de Rechtbank blijft daarmee ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het hogerberoepschrift en het verzet is ongegrond verklaard.