ECLI:NL:CRVB:2015:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante ontvangt sinds november 2000 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 25-35% arbeidsongeschiktheid. Haar verzoek tot herziening wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid per 1 september 2011 werd door het UWV afgewezen na een verzekeringsartsrapport.
Appellante verwees in bezwaar naar een brief van haar huisarts en stelde dat haar psychische klachten en suikerziekte haar beperkingen hadden doen toenemen. Na medisch dossieronderzoek, hoorzitting en aanvullende medische gegevens concludeerde de verzekeringsarts dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen, mede omdat appellante nog schoonmaakwerkzaamheden verrichtte.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor toegenomen beperkingen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat de WAO-uitkering terecht niet werd herzien. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.