ECLI:NL:CRVB:2015:787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding reiskosten mede-gemachtigde naast professionele gemachtigde in bezwaarprocedure
In deze zaak ging appellant in hoger beroep tegen de weigering van het CIZ om de reiskosten van een niet-professionele mede-gemachtigde, de voorzitter van een stichting, te vergoeden. Het CIZ had de bezwaren van appellant tegen eerdere besluiten gegrond verklaard en de kosten van behandeling van het bezwaar vergoed, maar niet de reiskosten van de mede-gemachtigde.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de mede-gemachtigde geen partij of belanghebbende was en dat de reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking kwamen omdat appellant tevens werd vertegenwoordigd door een professionele advocaat. Appellant voerde aan dat de mede-gemachtigde noodzakelijk was vanwege zijn persoonlijke situatie en dat vergoeding op basis van het gelijkheidsbeginsel moest plaatsvinden.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 7:15 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) alleen kosten van partijen of belanghebbenden vergoed worden. Reiskosten van niet-professionele mede-gemachtigden worden niet vergoed indien ook een professionele gemachtigde aanwezig is. Dit volgt uit vaste rechtspraak. De Raad concludeerde dat de reiskosten van de mede-gemachtigde niet voor vergoeding in aanmerking komen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De reiskosten van de niet-professionele mede-gemachtigde worden niet vergoed indien ook een professionele gemachtigde aanwezig is.