ECLI:NL:CRVB:2015:794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-gemeld PGB
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en kregen daarnaast een Persoonsgebonden budget (PGB) toegekend, dat zij niet aan het college hebben gemeld. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek waaruit bleek dat appellante grote bedragen contant opnam van de PGB-rekening. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug, omdat appellanten beschikten over middelen om in de noodzakelijke kosten te voorzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door het PGB niet te melden. Ook konden zij niet aantonen dat het PGB daadwerkelijk was besteed aan zorg door hun zoon en schoondochter. De Raad oordeelde dat het PGB gelijkgesteld moet worden aan inkomsten en bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering.
De Raad wees verder het beroep van appellanten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 maart 2015.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand wegens het niet melden van het PGB wordt bevestigd.