ECLI:NL:CRVB:2015:827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging prestatiebeurs bij volgen van twee masteropleidingen
Appellante ontving studiefinanciering voor een bachelor Rechtsgeleerdheid en twee masteropleidingen: Master Nederlands recht met accent Strafrecht en Master Milieurecht. Zij verzocht de minister om haar studieschuld te verlagen op grond van recht op vijf jaren prestatiebeurs in plaats van vier, omdat zij twee masters volgde.
De minister wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de gevolgde masteropleidingen niet vallen onder de in artikel 7.4a, derde tot en met zesde lid, van de WHW genoemde masteropleidingen met een langere nominale studieduur.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door het volgen van twee masters van elk 60 studiepunten in een vergelijkbare positie verkeert als iemand met een master van 120 studiepunten en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De Raad oordeelde dat de wetgever slechts een prestatiebeurs verstrekt voor vier jaren, tenzij sprake is van een masteropleiding met een langere nominale studieduur zoals genoemd in de WHW. De door appellante gevolgde masters behoren hier niet toe. Het volgen van twee eenjarige masters is niet gelijk aan één tweejarige master. De hardheidsclausule was niet van toepassing wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante geen recht heeft op een vijfde jaar prestatiebeurs bij het volgen van twee masteropleidingen.