ECLI:NL:CRVB:2015:85
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet ondanks bezwaar appellant
Appellante woonde in 2010 in Duitsland en ontving een WIA-uitkering. Zij was ingeschreven voor medische zorg in Duitsland, waarbij de kosten ten laste van Nederland kwamen. Het Zorginstituut stelde de buitenlandbijdrage Zvw voor 2010 vast op €4.596,61 en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond.
De rechtbank Amsterdam wees het beroep van appellante af, stellende dat het Zorginstituut bevoegd is de buitenlandbijdrage te heffen en innen, en dat uitkeringen onder de EG-verordeningen vallen. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank niet op haar bezwaar tegen de bevoegdheid was ingegaan.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. De Raad verwees naar eerdere rechtspraak waarin dezelfde gronden waren beoordeeld, en bevestigde dat het Zorginstituut bevoegd is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de buitenlandbijdrage Zvw wordt bevestigd.