ECLI:NL:CRVB:2011:BR1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding zorgbijdrage op AOW-pensioen van in EU woonachtige gepensioneerde
Appellant, een gepensioneerde woonachtig in Spanje, ontving een AOW-pensioen en was verzekerd bij een Duitse particuliere ziektekostenverzekeraar. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) hield op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) een bijdrage in op zijn pensioen, omdat hij als verdragsgerechtigde werd aangemerkt en recht had op zorg in zijn woonland volgens Verordening 1408/71. Appellant weigerde zich in te schrijven bij het bevoegde orgaan van zijn woonland en stelde dat hij daardoor onterecht werd benadeeld.
De Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over het keuzerecht van de verzekerde en het vrije verkeer van EU-burgers. Het Hof oordeelde dat de conflictregels van Verordening 1408/71 dwingend zijn en dat het niet inschrijven bij het bevoegde orgaan slechts een administratieve formaliteit betreft die het recht op zorg en de verplichting tot bijdragebetaling niet opheft. Ook werd geoordeeld dat de Nederlandse regeling het vrije verkeer niet onrechtmatig beperkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het besluit van Cvz en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam dat de inhouding van de bijdrage op het AOW-pensioen rechtmatig is. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Hiermee is het standpunt van appellant verworpen dat hij een keuzerecht had om zich aan de regeling te onttrekken en dat het vrije verkeer werd belemmerd.
Uitkomst: Het besluit van het College voor zorgverzekeringen om een bijdrage in te houden op het AOW-pensioen van appellant wordt bevestigd.