Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van de bijstand die het college van burgemeester en wethouders van Almere aan hem heeft toegekend per 5 maart 2012. Hij stelde dat bijzondere omstandigheden een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen en verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerder een aanvraag om bijstand heeft ingediend of dat hij door het college is afgehouden van het indienen van een aanvraag. Ook is niet gebleken dat een brief van appellant waarin hij een aanvraag deed, door het college is ontvangen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het beroep zich niet langer richt tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, en deze grond wordt niet verder besproken.
De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een eerdere ingangsdatum dan 5 maart 2012 rechtvaardigen. Tevens is de redelijke termijn niet overschreden, zodat het verzoek om vergoeding van immateriële schade en wettelijke rente wordt afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand is terecht vastgesteld op 5 maart 2012 en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.