ECLI:NL:CRVB:2015:906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsinschakeling wegens dringende redenen WWB
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd op basis van een medisch en arbeidsdeskundig advies van Margolin als fulltime arbeidsgeschikt beschouwd, ondanks lichte beperkingen aan rug en schouder. Het college meldde haar aan voor het 600-banenplan, maar appellante werkte niet mee. Na een gesprek over vermeerderde klachten liet het college een nieuw advies van Margolin opstellen dat dezelfde arbeidsgeschiktheid bevestigde.
Het college legde appellante de verplichtingen tot arbeidsinschakeling op en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat het advies niet deugdelijk was omdat informatie van haar huisarts en fysiotherapeut ontbrak en psychische klachten niet waren onderzocht.
De Raad oordeelde dat het college mocht uitgaan van het advies van Margolin, dat aan zorgvuldigheidseisen voldeed. De verzekeringsarts had een eigen onderzoek verricht en gemotiveerd waarom aanvullende informatie niet nodig was. Psychische klachten waren onderzocht en niet vastgesteld. De door appellante overgelegde medische gegevens boden geen concrete aanknopingspunten om aan het advies te twijfelen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht het advies van Margolin mocht volgen en wijst het hoger beroep af.