ECLI:NL:CRVB:2015:908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens onvoldoende re-integratie en weigering na-wettelijke uitkering
Appellante was sinds 1999 werkzaam bij de gemeente Terneuzen en werd gedeeltelijk arbeidsongeschikt in 2009. Vanaf 2010 startte zij een re-integratietraject bij OCA, dat zij meerdere malen onderbrak en niet volledig hervatte, ondanks waarschuwingen en adviezen van bedrijfsarts en UWV. Het UWV concludeerde in 2011 dat appellante onvoldoende meewerkte aan re-integratie en dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
Het college verleende appellante op 20 januari 2012 ontslag op andere gronden volgens artikel 8:8 CAR Pro/UWO, met een passende regeling bestaande uit een garantie op werkloosheidsuitkering, een aanvullende uitkering en een bedrag van €7.500 voor outplacement. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het ontslag gerechtvaardigd was vanwege een vertrouwensbreuk en verstoorde arbeidsrelatie.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel arbeidsongeschikt was en dat het college ten onrechte op re-integratie had aangedrongen. De Raad oordeelde dat het college op het moment van het ontslagbesluit mocht aannemen dat appellante haar eigen werk kon verrichten en dat haar houding en gedrag een overwegend aandeel hadden in het ontstaan van de impasse. Daarom mocht het college volstaan met de geboden regeling en de na-wettelijke uitkering onthouden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag met de geboden regeling bevestigd.