ECLI:NL:CRVB:2015:920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging Ziektewet-uitkering wegens ondeugdelijke grondslag
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering na haar werkzaamheden in de horeca. In overleg werd een re-integratieplan opgesteld, uitgevoerd via Second Chance Reïntegratie B.V. (SCR). Het UWV verlaagde haar uitkering met 25% wegens vermeende onvoldoende medewerking aan het re-integratietraject, gebaseerd op een meldingsformulier van SCR.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geen volledige medewerking had verleend. In hoger beroep betwistte appellante dit en stelde dat zij aan alle verplichtingen had voldaan, waaronder het maken van een beroepsprofielentest zonder weigering tot herkansing.
De Centrale Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende bewijs had geleverd dat appellante haar verplichtingen niet nakwam. Het UWV had geen hoor en wederhoor toegepast en geen eigen onderzoek verricht naar de omstandigheden en de testresultaten. Hierdoor berustte de maatregel op een ondeugdelijke grondslag.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, herroept het besluit tot verlaging van de uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de ZW-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt hersteld met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.