ECLI:NL:CRVB:2015:943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB vanaf 9 maart 2012. Na een signaal over zijn inschrijving en verblijf in België heeft de gemeente Rotterdam een onderzoek ingesteld. Het college trok de bijstand per 9 maart 2012 in en vorderde de kosten terug, wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland en schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn verblijf en opleiding in België. Appellant betoogde dat hij achteraf bewijs had geleverd over zijn cursusperiode, maar dit bood geen helderheid over zijn woon- en verblijfsadres. De Raad onderschreef de rechtbank en voegde toe dat appellant geen plausibele verklaring gaf voor zijn inschrijving in België en het feit dat hij daar een opleiding volgde.
De Raad overwoog dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde. Ook het beroep op dringende redenen door een psychiater faalde omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangetoond. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.