ECLI:NL:CRVB:2015:955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens niet meewerken aan psychodiagnostisch onderzoek WWB
Appellant ontvangt sinds 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en is verplicht mee te werken aan voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, waaronder psychodiagnostisch onderzoek. Het dagelijks bestuur heeft appellant meerdere malen uitgenodigd voor een dergelijk onderzoek, maar appellant weigerde telkens volledige medewerking te verlenen, onder meer door te eisen dat een psycholoog een blokkeringsrechtformulier zou ondertekenen.
Als gevolg van deze weigering heeft het dagelijks bestuur verschillende verlagingen van de bijstand opgelegd, oplopend tot een verlaging van 100%. Appellant voerde aan dat zijn psychische problematiek deze weigering rechtvaardigde, onderbouwd met een brief van een GZ-psycholoog. De Raad oordeelde echter dat deze brief onvoldoende objectieve medische onderbouwing bood en dat appellant geen beroep kon doen op een blokkeringsrecht.
De Raad overwoog dat de verplichting tot medewerking ook inhoudt dat het dagelijks bestuur kennis kan nemen van de onderzoeksresultaten, en dat weigering daartoe de wettelijke taak van het bestuur belemmert. De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar tekort is geschoten in zijn medewerkingsplicht en verklaarde de hoger beroepen ongegrond. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de oplegging van verlaging van bijstand wegens viermaal niet meewerken aan psychodiagnostisch onderzoek.