Uitspraak
9 oktober 2013, 13/4286 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft twee bijstandsaanvragen ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, waarbij zij werd verzocht om diverse financiële en administratieve gegevens te overleggen. Bij de eerste aanvraag in november 2012 leverde zij binnen de gestelde termijn een envelop in die volgens het college leeg was. Bij de tweede aanvraag in december 2012 overhandigde zij slechts een deel van de gevraagde documenten.
Het college stelde beide aanvragen buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de gevraagde gegevens niet volledig en tijdig waren aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de gevraagde gegevens tijdig en volledig heeft overgelegd. Verder oordeelt de Raad dat het college terecht heeft gehandeld door de aanvragen buiten behandeling te stellen, aangezien de ontbrekende gegevens noodzakelijk waren voor een juiste beoordeling van het recht op bijstand. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvragen wegens het niet tijdig en volledig overleggen van gevraagde gegevens.