Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. Het college van burgemeester en wethouders van Eemnes had de bijstand ingetrokken vanaf 1 november 2010 en de kosten teruggevorderd over de periode tot en met 31 oktober 2011.
Op 17 augustus 2012 vroegen appellanten opnieuw bijstand aan. Het college verleende bij besluit van 9 oktober 2012 bijstand met ingang van 31 augustus 2012, dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 8 april 2013. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bijstand ten onrechte was ingetrokken vanaf 1 oktober 2011 en dat appellanten vanaf die datum weer recht op bijstand hadden. Hierdoor kwam de grondslag voor het besluit van 9 oktober 2012 te vervallen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 9 oktober 2012. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellanten.