Appellant ontving bijstand volgens de WWB en werd onderzocht vanwege vermoedens van niet-gemelde werkzaamheden bij een pizzeria. Het college trok de bijstand in vanaf 1 november 2010 en vorderde terugbetaling. Appellant voerde aan dat hij deels niet of nauwelijks had gewerkt, wat niet voldoende werd onderbouwd.
De Raad beoordeelde de periode van 1 november 2010 tot 19 januari 2012 en concludeerde dat appellant werkzaamheden had verricht zonder melding te maken, behalve in de periode van 10 april tot 22 mei 2011 waarin appellant op vakantie was. De Raad vernietigde het intrekkingsbesluit voor deze periode en vanaf 1 oktober 2011, omdat het college onvoldoende bewijs leverde voor werkzaamheden daarna.
De Raad herroept de besluiten van 19 januari 2012, 24 juli 2012, 25 april 2012 en 6 juni 2012 voor zover deze betrekking hebben op de genoemde periodes en draagt het college op nieuwe beslissingen te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.