ECLI:NL:CRVB:2015:993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en toekenning bijstand na niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en stond ingeschreven op een adres waaruit bleek dat hij niet verbleef. Na een huisbezoek waarbij een ander persoon werd aangetroffen, schortte het college de bijstand op en nodigde appellant uit voor een gesprek om verblijfplaatsen te verduidelijken. Appellant verscheen niet en verstrekte geen gegevens, waarna de bijstand werd ingetrokken.
Appellant diende een nieuwe aanvraag in, die het college toekende met ingang van een latere datum dan appellant wenste. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat hij telefonisch contact had gehad en dat hij financiële stukken had overgelegd die zijn bijstandbehoefte aantonen.
De Raad oordeelde dat appellant de gevraagde gegevens niet tijdig had verstrekt en dat hem dit verwijtbaar was. Er waren geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigden. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wordt bevestigd en de toekenning met terugwerkende kracht wordt afgewezen.