ECLI:NL:CRVB:2015:994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit hennepteelt en pokeren
Appellanten ontvingen bijstand over verschillende perioden tussen december 2009 en juni 2011. Tijdens politieonderzoek werd een hennepkwekerij aangetroffen in een woning waar appellant actief betrokken bij was. Tevens werd appellant aangehouden op verdenking van hennepverkoop en werd een aanzienlijk geldbedrag in hun woning gevonden.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellanten inkomsten uit hennepteelt, pokeren en onbekende bronnen niet hadden gemeld, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht hadden op bijstand. Appellanten ontkenden betrokkenheid bij de hennepkwekerij en inkomsten uit pokeren, en voerden psychische redenen aan om terugvordering te voorkomen.
De Raad oordeelde dat de verklaringen en het bewijs het college voldoende grond gaven om de intrekking en terugvordering te rechtvaardigen. De psychische gesteldheid van appellante vormde geen dringende reden om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten.