Uitspraak
Zeeland-West-Brabant van 25 november 2014, 13/3805 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, viel in 2009 uit wegens lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, mede vanwege onvoldoende aanwijzingen voor een urenbeperking.
In hoger beroep stelde appellante dat een urenbeperking tot 20 uur per week op grond van medische expertise van neuroloog Niewold wel gerechtvaardigd is. De verzekeringsartsen van het UWV erkenden een consistent klachtenpatroon, maar vonden de rustmomenten niet voldoende om een urenbeperking aan te nemen.
De Raad concludeert dat de medische expertise van Niewold voldoende en overtuigend gemotiveerd is en dat het UWV onvoldoende heeft onderbouwd waarom een urenbeperking niet van toepassing is. Het bestreden besluit is daarom gebrekkig gemotiveerd en wordt vernietigd. Het UWV krijgt de opdracht het besluit te herzien en een nieuwe beslissing te nemen binnen acht weken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht het besluit te herzien met inachtneming van een urenbeperking.