ECLI:NL:CRVB:2016:1029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.W. Akkerman
- M.C. Bruning
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant ontving sinds 2006 een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2013 door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat appellant in staat was om diverse functies te vervullen, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Op basis hiervan werd de WIA-uitkering ingetrokken per 29 januari 2014.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn gezondheid ernstig beperkt is door het Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS) en dat zijn belastbaarheid door het UWV werd onderschat. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren opgenomen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en concludeerde dat appellant op objectieve medische gronden in staat is de voorgestelde functies te vervullen en ten minste 65% van het maatmaninkomen te verdienen. De aanvullende medische stukken van appellant boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bevestigde het bestreden besluit van het UWV. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 23 maart 2016.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd na zorgvuldige medische beoordeling.