ECLI:NL:CRVB:2016:1095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving sinds 2011 bijstand als alleenstaande ouder en vroeg in 2013 bijzondere bijstand aan voor de kosten van een babyuitzet. Het dagelijks bestuur wees deze aanvraag af omdat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die deze kosten onbetaalbaar maakten vanuit het bijstandsniveau. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de kosten van een babyuitzet tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en in principe uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan, bijvoorbeeld door reservering of gespreide betaling. Appellante had vanaf haar zwangerschap de mogelijkheid om te reserveren, ondanks dat haar enige inkomen de bijstand was.
Het beleid van het dagelijks bestuur, dat babyuitzetkosten als normale kosten beschouwt en slechts in uitzonderlijke gevallen bijzondere bijstand verleent, is in lijn met artikel 35 van Pro de WWB en de jurisprudentie. De Raad verwierp het beroep van appellante dat het bestuur van dit beleid had moeten afwijken op grond van artikel 4:84 van Pro de Awb. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor babyuitzet bevestigd.