Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1586

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12-1416 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WWBArt. 31 WWBArt. 34 WWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet en legeskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellant en zijn vriendin ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden sinds augustus 2009. Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor legeskosten van naturalisatie en voor kosten van babyuitzet vanwege de verwachte geboorte van hun tweede kind. Het college kende alleen bijzondere bijstand toe voor babykleding, maar wees de overige kosten af.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de kosten noodzakelijk waren en voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden, en dat hij deze niet uit eigen inkomen kon voldoen. De Raad oordeelde dat legeskosten en kosten van babyuitzet volgens vaste rechtspraak incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten zijn die uit de bijstandsnorm betaald moeten worden, hetzij door reservering, hetzij door gespreide betaling.

Appellant kon voorzien dat deze kosten zouden ontstaan en had hiervoor kunnen reserveren of gespreid betalen. Hij voerde geen bijzondere omstandigheden aan die een afzonderlijke bijstandsverlening rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor babyuitzet en legeskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

12/1416 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 22 december 2011, 11/4605 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)
Datum uitspraak: 19 februari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L. Kuijper, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2013. Voor appellant is mr. Kuijper verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant en zijn vriendin ontvangen sedert 6 augustus 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. Appellant heeft op 12 november 2010 bijzondere bijstand op grond van de WWB gevraagd voor legeskosten van een aanvraag om naturalisatie. Tevens heeft appellant op 6 december 2010 een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor de kosten van een kinderwagen, babykleding en een kinderbed vanwege de te verwachten geboorte van zijn tweede kind.
1.2. Bij besluit van 17 december 2010 heeft het college appellant bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van babykleding tot een bedrag van € 145,--.
1.3. Het college heeft bij afzonderlijke besluiten van 17 december 2010 de aanvraag om bijzondere bijstand voor de overige kosten van de babyuitzet en de legeskosten afgewezen.
1.4. Bij besluit van 12 april 2011 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren tegen de besluiten van 17 december 2010 inzake de kosten van de babyuitzet en de legeskosten ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft aangevoerd dat de legeskosten en de kosten van de babyuitzet noodzakelijke kosten zijn die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Deze kosten kunnen door appellant niet uit het eigen inkomen worden voldaan.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Legeskosten
4.1.1. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 3 augustus 2010, LJN BN3905, en 23 augustus 2011, LJN BR5604) behoren legeskosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die een betrokkene in beginsel uit de bijstandsnorm dient te voldoen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, tenzij de kosten voorvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.1.2. Appellant heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd.
Kosten babyuitzet
4.2.1. In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
4.2.2. Het college gaat ervan uit dat in het geval betrokkenen bijstand ontvangen naar de norm voor gehuwden de kosten van een babyuitzet tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan dienen te worden gerekend, die betrokkenen in beginsel uit de bijstandsnorm dienen te voldoen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, tenzij de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Dat uitgangspunt is gelet op 4.2.1 juist.
4.2.3. Vanaf 6 augustus 2009 ontvingen appellant en zijn vriendin bijstand naar de norm voor gehuwden. Vanaf het moment dat de vriendin van appellant zwanger was, konden appellant en zijn vriendin voorzien dat zij kosten zouden kunnen maken dan wel kunnen betalen door middel van gespreide betaling achteraf. Zij hadden dan ook voor deze kosten kunnen reserveren, dan wel kunnen betalen door middel van gespreide betaling achteraf. Appellant heeft geen omstandigheden aangevoerd, die kunnen worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden als bedoeld onder 4.2.2.
4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en M. Hillen en Y.J. Klik als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2013.
(getekend) J.C.F. Talman
(getekend) A.C. Oomkens