ECLI:NL:RBDHA:2019:1939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op babypakket bij derde kind ondanks problematische schulden
Eiseres, een alleenstaande moeder met twee kinderen en een derde zwangerschap, vroeg bijzondere bijstand aan voor een babypakket. Verweerder wees de aanvraag af omdat het babypakket alleen wordt verstrekt bij het eerste kind en wanneer de moeder op bijstandsniveau leeft. Eiseres voerde aan dat haar problematische schulden en het ongeplande karakter van de zwangerschap bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn beleid niet onredelijk of inconsistent heeft toegepast. Omdat het om het derde kind gaat, is aannemelijk dat een babyuitzet al aanwezig is. Eiseres heeft een inkomen gelijk aan of hoger dan de bijstandsnorm, en het feit dat zij onvoldoende kan reserveren vanwege schulden vormt geen bijzondere omstandigheid volgens vaste jurisprudentie. De onderhoudsplichtige vader kan bijdragen in de kosten, en het argument dat het babypakket vóór de geboorte wordt verstrekt, is niet doorslaggevend.
De rechtbank volgde eiseres niet in haar stelling dat de schulden buiten beschouwing moeten blijven vanwege het belang van het kind. De verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de levensomstandigheden ligt bij de ouder. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op bijzondere bijstand voor een babypakket wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.