ECLI:NL:CRVB:2016:1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering indicatie persoonlijke verzorging op grond van psychiatrische en somatische problematiek
Appellante, bekend met schizofrenie en diverse somatische aandoeningen, vroeg op 16 augustus 2013 een indicatie aan voor persoonlijke verzorging en begeleiding. Het CIZ wees de indicatie voor persoonlijke verzorging af en verleende alleen begeleiding individueel. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarbij het advies van de medisch adviseur als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellante dat het advies van de medisch adviseur een motiveringsgebrek vertoonde en dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de aard en omvang van de begeleiding en de rol van mantelzorg. De Raad oordeelde echter dat het advies zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de psychiatrische en somatische problematiek adequaat waren beoordeeld. De Raad stelde vast dat appellante wel aangestuurd moet worden bij persoonlijke verzorging, maar dat overname van deze verzorging niet wenselijk is.
De Raad verwierp het beroep van appellante ook omdat een later overgelegd document over zorgindicatie betrekking had op een andere periode en wetgeving. Ook de stelling dat de verleende begeleiding onvoldoende was, werd niet gevolgd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de indicatie voor persoonlijke verzorging wordt bevestigd.