ECLI:NL:CRVB:2016:1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen van 1996 tot 2006 bijstand, waarbij vanaf 2005 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen werd toegekend. Het college trok de bijstand over 1997-2006 in en vorderde €119.843,55 terug wegens het verzwegen bezit van onroerend goed in Turkije. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellanten niet voldeden aan hun inlichtingenplicht door het bezit niet te melden, maar dat het college onvoldoende bewijs had voor een vermogen boven de vermogensgrens over 1997-1999. Over die periode vernietigde de Raad het besluit en herroept het collegebesluit. Voor 1999-2006 was het bezit van meerdere appartementen en een woning met landbouwgrond vastgesteld en getaxeerd, waarbij de Raad de taxaties van makelaar Kiran als objectief en betrouwbaar aanvaardde, ondanks lagere waarderingen door andere makelaars en ingenieurs. De Raad wees het beroep op dringende redenen af en bepaalde dat het college een nieuwe terugvorderingsbeslissing moet nemen over 1999-2006, waartegen alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand over 1997-1999 vernietigd, terugvordering over 1999-2006 bevestigd met opdracht tot nieuwe berekening.