Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is sinds 1995 in dienst bij de RDW en was werkzaam als secretaresse bij de afdeling Juridische en Bestuurlijke Zaken. Na een geëscaleerd gesprek met haar leidinggevende meldde zij zich ziek en werd zij tijdelijk elders geplaatst. De vertrouwensrelatie tussen betrokkene en haar leidinggevende was onherstelbaar beschadigd, hetgeen leidde tot een herplaatsingsonderzoek en uiteindelijk tot het besluit om betrokkene uit haar functie te ontheffen en haar een andere functie aan te bieden.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze ongegrond. In hoger beroep betoogde zij onder meer dat de overplaatsing onterecht was en dat de nieuwe functie een degradatie betrof. De Raad oordeelde dat de brief van 12 maart 2013 een besluit was dat een tijdelijke overplaatsing betrof als ordemaatregel en dat de vertrouwensbreuk voldoende was vastgesteld.
De Raad stelde vast dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht om de impasse te doorbreken, onder meer door mediationtrajecten, en dat de nieuwe functie passend was, mede omdat betrokkene haar persoonlijke schaal behield. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontheffing uit functie en de opdracht tot een passende andere functie wegens onherstelbare vertrouwensbreuk.