ECLI:NL:CRVB:2016:1180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- G.M.G. Hink
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens belenen sieraden zonder tegenbewijs
Appellanten ontvingen vanaf 1997 met onderbrekingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van informatie over ongebruikelijke financiële transacties, waaronder het belenen van sieraden, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit onderzoek toonde aan dat appellanten tussen 2006 en 2011 sieraden beleenden bij de Stadsbank voor aanzienlijke bedragen.
Het dagelijks bestuur besloot daarop de bijstand met ingang van 1 februari 2013 in te trekken en de bijstandskosten over bepaalde periodes terug te vorderen, omdat de beleende sieraden werden verondersteld tot het vermogen van appellanten te behoren. Appellanten voerden aan dat de sieraden niet van hen waren, maar van familieleden, en dat zij slechts hun legitimatie hadden gebruikt. Zij brachten ook een verklaring van de vader van appellante in, waarin werd gesteld dat hij de sieraden had gegeven en het geld gebruikte voor familie-uitgaven.
De Raad oordeelde dat de vooronderstelling dat de sieraden tot het vermogen van appellanten behoorden, niet was weerlegd door de summiere en niet-objectief onderbouwde verklaringen. De strafrechtelijke vrijspraak van het opzettelijk niet melden van vermogen deed hieraan geen afbreuk. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.