ECLI:NL:CRVB:2016:1256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedrijfsongeval en zorgplicht bij bergtocht militair
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, raakte tijdens een bergtocht in Bad Reichenhall gewond door uitglijden en een val waarbij hij zijn hand brak. De minister kwalificeerde dit ongeval als bedrijfsongeval, niet als dienstongeval, omdat de oefening niet onder buitengewone of oorlogsnabootsende omstandigheden plaatsvond.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond en oordeelden dat de minister zijn zorgplicht niet had geschonden, ondanks het dragen van extra bepakking en het ontbreken van sneeuwschoenen. Appellant zette de tocht voort na het ongeval en meldde zich pas later bij een militair arts.
De Raad bevestigt dat de bergtocht niet voldoet aan het criterium van buitengewone omstandigheden zoals bedoeld in het Besluit AO/IV en dat het ongeval niet het gevolg is van een tekortkoming in de zorgplicht van de minister. De minister had voldoende maatregelen genomen en het risico was aanvaardbaar binnen de context van de oefening.
De Raad wijst ook het beroep af dat het dragen van extra bepakking en het uitglijden een schending van de zorgplicht zou zijn, en benadrukt dat de keuze van appellant om door te lopen en zich later te laten behandelen zijn eigen verantwoordelijkheid was.
De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het ongeval geen dienstongeval is en dat de minister geen zorgplicht heeft geschonden.