ECLI:NL:CRVB:2016:1258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële gegevens
Appellant diende op 15 juli 2013 een aanvraag om bijstand in bij het UWV Werkbedrijf. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht appellant om aanvullende informatie, waaronder bankafschriften van alle rekeningen van hemzelf, zijn partner en inwonende kinderen, jaarrekeningen van zijn onderneming en een schriftelijke verklaring over zijn levensonderhoud sinds februari 2013.
Appellant leverde niet alle gevraagde documenten aan, waardoor het college de aanvraag op 5 november 2013 afwees. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling van het recht op bijstand en appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de overgelegde bankafschriften voldoende waren om zijn financiële situatie te beoordelen. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Volgens vaste rechtspraak is het bijstandverlenend orgaan bevoegd om relevante financiële gegevens op te vragen en kan weigering van bijstand volgen indien de aanvrager niet meewerkt.
De Raad concludeerde dat het college terecht alle gevraagde bankafschriften van belang achtte en dat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende overlegging van financiële gegevens.