ECLI:NL:CRVB:2017:3471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet alle gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften van twee rekeningen, binnen de gestelde termijnen had verstrekt. Appellant voerde aan dat de reeds verstrekte gegevens voldoende waren en dat een vrouwelijke contactpersoon binnen de gemeente had bevestigd dat deze gegevens toereikend waren. Ook stelde appellant dat de ABN AMRO-rekening geblokkeerd was, waardoor overleggen van afschriften niet mogelijk was.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de ontbrekende bankafschriften essentieel waren voor een goede beoordeling van de aanvraag. Het enkele feit dat een contactpersoon zou hebben verklaard dat de gegevens toereikend waren, was onvoldoende onderbouwd. Ook het argument over de blokkade van de rekening slaagde niet, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet redelijkerwijs in staat was om de gevraagde gegevens binnen de hersteltermijn te verkrijgen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvraag wegens niet tijdig verstrekken van essentiële gegevens.