ECLI:NL:CRVB:2016:1268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding woningbezit in Thailand
Appellant ontving bijstand sinds augustus 2012, maar het college ontdekte via onderzoek dat hij mogelijk een woning in Thailand bezat die niet was gemeld. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over de periode augustus tot december 2012.
Appellant voerde aan dat hij geen woning bezat en dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek tot heropening van het onderzoek niet had behandeld. De Raad oordeelde dat de verklaringen van getuigen en het onderzoek van de sociale recherche voldoende aannemelijk maken dat appellant wel een woning bezat, en dat appellant onvoldoende objectief bewijs leverde om dit te weerleggen.
De Raad stelde vast dat het college terecht de bijstand introk wegens schending van de inlichtingenplicht en bevestigde de eerdere uitspraken. Het verzoek tot heropening werd niet behandeld door de rechtbank, maar dit leidde niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van woningbezit in Thailand worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.