ECLI:NL:CRVB:2016:127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde verkoopactiviteiten via Marktplaats
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Beek vermoedde dat appellanten opnieuw actief waren in de verkoop van kleding en goederen via Marktplaats, zoals in 2008, en liet een onderzoek instellen. Op basis van dit onderzoek trok het college de bijstand vanaf 1 juni 2012 in en vorderde de kosten van bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij hun activiteiten wel hadden gemeld en dat het college hiervan op de hoogte was. Ook stelden zij dat de door hen overgelegde boekhouding het recht op bijstand kon vaststellen.
De Raad oordeelde dat appellanten onomstotelijk via Marktplaats verkochten en dat het niet melden van deze activiteiten een schending van de inlichtingenplicht vormt. De omvang en regelmaat van de verkoopactiviteiten maakten duidelijk dat het geen incidentele verkoop betrof. Het college kon het recht op bijstand niet vaststellen vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie. Het door appellanten overgelegde overzicht was achteraf opgesteld en onbetrouwbaar, mede door contante transacties. Hierdoor droegen appellanten het bewijsrisico en slaagde hun beroep niet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde verkoopactiviteiten via Marktplaats worden bevestigd.