ECLI:NL:CRVB:2011:BP8124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens ondeugdelijke grondslag handel mobiele telefoons
Appellant kreeg bijstand op grond van de WWB, welke het College introk wegens vermeende verzwegen inkomsten uit handel in mobiele telefoons via Marktplaats tussen 30 september 2004 en 1 januari 2007. Het College baseerde dit op een proces-verbaal van een politieverhoor uit 2007, waarin appellant verklaarde over handel in telefoons.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onvoldoende bewijs had geleverd dat appellant zijn wettelijke inlichtingenplicht had geschonden. De verklaring uit het politieverhoor was te summier en niet specifiek genoeg om handel met inkomsten aan te tonen.
Verder stelde de Raad dat incidentele verkoop van privégoederen via internet niet als inkomen wordt aangemerkt en geen melding behoeft, mits geen structurele handel plaatsvindt. Appellants verklaring duidde op incidentele aan- en verkoop voor privégebruik.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van 4 april 2008 en herroept het besluit van 2 januari 2008. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.