ECLI:NL:CRVB:2016:1349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters na tijdelijke overplaatsing
Appellante was sinds 2007 werkzaam bij de gemeente en raakte in 2013 in conflict met haar werkgever na diverse ziekmeldingen en vermeende negatieve uitlatingen van haar unitleider. Een mediationtraject leidde tot excuses van de werkgever, maar de samenwerking bleef problematisch.
In juni 2014 werd appellante voorgesteld tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten bij een andere unit om de spanningen te verminderen. Appellante stemde aanvankelijk toe, maar zegde later de afspraak af en weigerde de tijdelijke overplaatsing. Ondanks herhaalde dienstopdrachten verscheen zij niet op gesprekken en betrad zij op 5 augustus 2014 haar oude werkplek, waarna haar de toegang werd ontzegd.
Het college verleende daarop strafontslag, dat later werd herroepen en vervangen door eervol ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de tijdelijke overplaatsing een toereikende grondslag had, de dienstopdrachten terecht waren en de impasse tussen partijen een redelijke grond voor ontslag vormde. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het eervol ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.