ECLI:NL:CRVB:2016:1362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging bijstand zelfstandige wegens niet-levensvatbaar bedrijf en ontbreken medische of sociale redenen
Appellant, een zelfstandige ondernemer, had gedurende 36 maanden algemene bijstand ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Na een onderzoek door een adviesgroep werd geconcludeerd dat zijn bedrijf niet levensvatbaar was. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum besloot de bijstand slechts tot eind 2012 te verlengen en de aanvraag voor verdere verlenging af te wijzen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat tegenwerking van de gemeente en medische klachten redenen waren voor verlenging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging, met name het ontbreken van medische of sociale redenen die hem verhinderen volledig beschikbaar te zijn voor zijn bedrijf.
In hoger beroep betoogde appellant dat de levensvatbaarheid van zijn bedrijf wel degelijk relevant was en dat de gemeente hem tegenwerkte, naast medische redenen voor verlenging. De Raad oordeelde dat verlenging alleen mogelijk is bij medische of sociale redenen en dat appellant deze niet aannemelijk had gemaakt. De tegenwerking door het college was onvoldoende onderbouwd en de medische verklaringen toonden aan dat appellant arbeidsgeschikt was.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De verlenging van de bijstand aan appellant wordt afgewezen wegens ontbreken van medische of sociale redenen en niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.