ECLI:NL:CRVB:2016:1363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs voortgezette veehandel
Appellant, voormalig veehandelaar, ontving vanaf 2010 bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe trok deze bijstand in en vorderde terug wegens vermeende voortzetting van veehandel zonder melding. Uit onderzoek door sociale recherche en AID kwamen aanwijzingen, maar onvoldoende bewijs dat appellant daadwerkelijk zijn veehandel voortzette.
De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat appellant zijn werkzaamheden als veehandelaar voortzette gedurende de gehele periode. Diverse controleverslagen en verklaringen waren onvoldoende concreet of betroffen de vader van appellant. Ook bankafschriften toonden geen inkomsten uit veehandel.
De intrekking en terugvordering over de periode 28 januari 2010 tot 6 augustus 2012 werden daarom vernietigd. De intrekking vanaf 7 augustus 2012 bleef wel in stand, omdat appellant niet tijdig de gevraagde administratie overlegde. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en in beroep kon alleen bij de Raad worden ingesteld.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering over 28 januari 2010 tot 6 augustus 2012 worden vernietigd, intrekking vanaf 7 augustus 2012 blijft in stand.