ECLI:NL:CRVB:2016:1366
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Nadere beoordeling vereist over kwalificatie woning als inrichting in WWB-zaken
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg deze toegekend naar de norm voor een alleenstaande in een inrichting. Het college kwalificeerde de woning van appellant als een inrichting vanwege de aanwezigheid van hulpverlening en begeleiding gedurende meer dan de helft van het etmaal. Appellant betwistte dit en stelde dat hij zelfstandig woonde, omdat er geen fysieke hulpverlening in zijn woning aanwezig was en hij slechts incidenteel begeleiding ontving.
Het college baseerde zich op telefonische informatie van de instelling die begeleiding biedt, waaruit bleek dat appellant 24 uur per dag hulp kon inroepen, maar feitelijk slechts eenmaal per week bezoek kreeg. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke invulling van de hulpverlening, de aard van de geboden hulp en de capaciteit van de instelling. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering en was het besluit niet zorgvuldig voorbereid.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van de feitelijke situatie bij de kwalificatie van een woning als inrichting in het kader van de WWB.
Uitkomst: Het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen na nader onderzoek naar de feitelijke invulling van de hulpverlening en begeleiding.