ECLI:NL:CRVB:2016:1397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij activeringstraject WWB
Appellante ontving sinds oktober 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verrichtte vrijwilligerswerk. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond legde haar bij besluit van december 2013 de verplichting op deel te nemen aan een activeringstraject bij Westrom, deels ontheven van arbeidsverplichtingen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het traject werk onder haar niveau betrof en onvoldoende bijdroeg aan arbeidsmarktinschakeling. Tevens voerde zij aan dat het besluit niet zorgvuldig was genomen vanwege onvoldoende onderzoek naar loonkostensubsidie, WSW-indicatie, startkwalificatie en arbeidsovereenkomst.
De Raad beoordeelde ambtshalve of appellante nog voldoende procesbelang had. Gezien het feit dat zij het activeringstraject inmiddels volledig had voltooid, kon het beoogde resultaat niet meer worden bereikt. Ook het principiële belang dat het college in de toekomst tijdig en wettelijk correcte besluiten neemt, was onvoldoende voor procesbelang.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.