ECLI:NL:CRVB:2016:1407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende deelname re-integratietraject en intrekking toeslag wegens samenwonen
Appellante ontving bijstand en verhuisde naar een zelfstandige woning, waarna zij een toeslag van 20% kreeg toegekend. Het college legde haar een verlaging van de bijstand op wegens onvoldoende deelname aan een re-integratietraject bij Stichting Samen Werken (SSW). Medisch onderzoek toonde aan dat appellante in staat was deel te nemen aan het traject. Appellante meldde zich herhaaldelijk ziek en verscheen niet of onvoldoende bij SSW.
Het college verlaagde de bijstand met 40% voor een periode van één maand en later voor twee maanden wegens recidive. Tevens werd de toeslag verlaagd van 20% naar 10% omdat appellante feitelijk bij haar ouders bleef wonen. Appellante voerde medische beperkingen en onjuiste toepassing van de hardheidsclausule aan, maar deze gronden werden verworpen op basis van medische rapporten en verklaringen.
De Raad oordeelde dat de verlaging geen bestraffende sanctie is maar een reparatoire maatregel om naleving van arbeidsverplichtingen te stimuleren. De Raad bevestigde de besluiten en wees de verzoeken om schadevergoeding af. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand en toeslag wegens onvoldoende deelname aan het re-integratietraject en feitelijk samenwonen bij ouders.