ECLI:NL:CRVB:2012:BW7031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet meewerken aan arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt bijstand en werd aangemeld voor een arbeidsinschakelingstraject bij Paswerk. Hij zegde een intakegesprek af wegens vermeende ziekte. Het college verlaagde daarop de bijstand met 100% voor een maand wegens onvoldoende medewerking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het moment van het afzeggen arbeidsongeschikt was. Ook was niet gebleken dat hij na beëindiging van het traject een nieuwe afspraak probeerde te maken. De Raad stelde vast dat er verwijtbaarheid bestaat en dat het college daarom de bijstand mocht verlagen.
Verder oordeelde de Raad dat de maatregel niet disproportioneel is in het licht van artikel 8 EVRM Pro, noch dat de maatregel als straf kan worden aangemerkt. Ook de beroepen op het IVRK en het Europees Sociaal Handvest slaagden niet. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet meewerken aan het arbeidsinschakelingstraject wordt bevestigd.