ECLI:NL:CRVB:2016:1420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ en toekenning indicatie functie Begeleiding Individueel klasse 3
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het CIZ waarin zij geen indicatie voor de functie Begeleiding Individueel (BI) kreeg toegekend. Na een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het CIZ onvoldoende had gemotiveerd waarom fysiotherapie de mobiliteit van appellante zou verbeteren en het valgevaar zou verminderen, diende het CIZ een aanvullend advies in. Dit advies bleef echter onduidelijk over de bijdrage van fysiotherapie en de combinatie met hulpmiddelen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het CIZ geen juiste uitvoering had gegeven aan de tussenuitspraak en dat de gebreken in het bestreden besluit niet waren hersteld. Daarom werd de aangevallen uitspraak vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De Raad besloot zelf dat appellante in de periode van 28 november 2012 tot 15 januari 2015 was aangewezen op een indicatie voor de functie BI, klasse 3.
Daarnaast werd het CIZ veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. De indicatie eindigde op 15 januari 2015 omdat appellante vanaf die datum begeleiding ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 5 februari 2014 wordt vernietigd en appellante krijgt een indicatie BI klasse 3 toegekend voor de periode 28 november 2012 tot 15 januari 2015.