Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, van Tibetaanse afkomst, vroeg in 2012 maatschappelijke opvang aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college wees dit af omdat appellant niet feitelijk dakloos was en gebruik kon maken van opvang via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant geen rechtmatig verblijf had en daardoor geen aanspraak kon maken op maatschappelijke opvang.
In hoger beroep stelde appellant dat hij inmiddels een verblijfsvergunning had gekregen en dat de afwijzing onterecht was. De Raad overwoog dat de relevante periode voor beoordeling liep van de aanvraag tot de beslissing op bezwaar. In die periode beschikte appellant niet over rechtmatig verblijf, maar dit stond de afwijzing niet in de weg omdat hij niet dakloos was en opvangmogelijkheden had.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak met verbeterde motivering. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af omdat daarvoor geen grond was. Er was ook geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van maatschappelijke opvang wegens het ontbreken van dakloosheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.